Dalton

Daltononderwijs op de Trime 

Het Daltononderwijs op de Trime is georganiseerd rondom de peilers van Dalton. 

  • Verantwoordelijkheid
  • Zelfstandigheid 
  • Samenwerken 
  • Reflectie 
  • Effectiviteit

Verantwoordelijkheid

Op De Trime hebben de leerlingen de vrijheid om een groot deel van hun verplichte werk van de weektaak in de beschikbare tijd in te delen. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met de door de leerkracht vastgestelde instructiemomenten. Hierbij is de gebondenheid terug te vinden in de afspraak dat al het verplichte werk in een week af moet zijn. Verder staat er keuzewerk op de weektaak. Hierin hebben de leerlingen de vrijheid om zelf te kiezen wat ze wel en niet willen leren en dus gaan maken. Onderdeel hiervan is het werken uit de kieskast. Hierin zit werk voor alle kinderen op basis van de meervoudige intelligenties zoals ontwikkeld door Gardner, 2011. De kieskast staat niet als vast onderdeel op het lesrooster, maar alle kinderen mogen onderdelen van de kieskast opnemen in hun weektaak. De kinderen gaan dan aan de hand van een door hun gekozen intelligentie een opdracht uit de kieskast maken. Verder mogen de bovenbouwleerlingen die dat kunnen zelf ook een leerdoel kiezen waar ze gedurende de beschikbare tijd binnen een week aan willen werken. Dit leerdoel wordt door de leerling zelf vormgegeven in overleg met de leerkracht. De gebondenheid hierbij is dat het afgeleverde werk aan vooraf opgestelde eisen moet voldoen. 

Naast de kieskast draait iedere woensdag het keuzewerk. Hierin kiezen kinderen zelf een onderwerp uit de keuzebak, wat ze gaan uitwerken. Dit kan door middel van knutselen, power point presentatie, verhaal schrijven of ……? Wat het kind zelf maar bedenkt. Voorafgaand aan het werken vult het kind eerst de voorkant van zijn keuzewerkplan in. Hierin komen de onderzoeksvraag, de projectbeschrijving, benodigde materialen en planning te staan. Vervolgens gaat het kind zijn project uitwerken tijdens de keuzewerkuren. Na afronding van het project vult het kind de achterzijde van het werkplan in, waarbij aandacht is voor beschrijven van ontdekkingen, problemen en oplossingen, gewenste presentatie en eigen reflectie op het project. Kortom het kind kiest de activiteit, de aanpak, de werkplaats en de afronding.

Doelen Keuzewerk

  • De leerling kan zelf een onderzoeksvraag formuleren
  • De leerling kan het eigen leerdoel stellen.
  • De leerling kan planmatig werken.
  • De leerling kan zelf reflecteren op de behaalde uitkomst.
  • De leerling is trots op zijn werk en wil het resultaat met anderen delen.

Gedragingen van kinderen die wij graag willen zien tijdens het keuzewerk:

  • zelfstandig een onderwerp kunnen en durven kiezen
  • zelf een onderzoeksvraag opstellen
  • zelf bepalen en kunnen uitleggen of het wil samenwerken, met wie en waarom
  • een plan kunnen maken voor het project en dat plan kunnen volgen of beredeneerd bijstellen
  • een tijdsplanning kunnen maken voor het project en die planning kunnen volgen
  • kunnen reflecteren op het eigen project, zowel werktraject als eindresultaat
  • trots zijn op eigen werk en dit met anderen willen en durven delen

Het keuzewerk verloopt volgens wens als:

  • kinderen gemotiveerd aan het werk zijn
  • kinderen duidelijk zichtbaar hun eigen planning volgen
  • kinderen een goede onderzoeksvraag hebben bedacht
  • kinderen zelf nadenken over benodigde materialen en hoe ze daar aan kunnen komen
  • kinderen gericht kiezen voor een werkplek om aan hun project te werken
  • kinderen een grote variatie vertonen in de uitvoering van hun project
  • kinderen zelf of met een medeleerling oplossingen bedenken
  • kinderen ideeën inbrengen voor thema's 
  • kinderen ideeën inbrengen voor verbetering van het keuzewerk
  • leerkrachten groep doorbrekend ondersteuning verlenen
  • leerkrachten door gerichte vragen het kind aanzetten tot verdieping
  • leerkrachten positief en actief betrokken zijn bij het werk van de kinderen
  • leerkrachten de kinderen niet sturend begeleiden
  • de leerkrachten ruimte hebben voor reflectiegesprekken met kinderen
  • de leerkrachten openstaan voor en meedenken over vragen van de kinderen, zonder zelf het antwoord te geven
  • leerkrachten ideeën inbrengen over verbetering van het keuzewerk

Naast de vrijheid in de lesstof hebben de leerlingen op De Trime ook de vrijheid om hun werkplek te kiezen. Hierbij wel als kanttekening dat ze met die vrijheid om moeten kunnen gaan, anders wordt de mate van vrijheid aangepast aan het niveau wat de leerling aan kan. De vrijheid tot de fruitpauze is om in het lokaal aan de eigen tafel het werk te maken of in de stiltewerkplek te gaan zitten of stil in hal te gaan werken. Na de pauze is er in de hal ruimte voor samenwerkings- opdrachten. De stiltewerkruimtes in het lokaal blijven dan wel beschikbaar om stil  en zelfstandig te werken. 

Zelfstandigheid

Op De Trime wordt er vanaf groep 1 gewerkt met een dagplanning. In groep 1/2 in de vorm van dagritmekaarten en vanaf groep 3 middels een planbord. Hierop staan de instructiemomenten en de zelfstandig werken momenten met looprondes door de leerkracht ingepland. Dit biedt de leerling inzicht in wat er die dag staat te gebeuren en hij kan op basis van deze planning zijn eigen taakwerk van de dag inplannen. Om er voor te zorgen dat de leerling de kans krijgt om zelfstandig te leren en kunnen werken is er een doorgaande lijn door de hele school gericht op het bevorderen van deze zelfstandigheid. Op de Trime wordt zelfstandigheid als volgt vorm gegeven:  

Dagritme; Er wordt door de hele school gewerkt met de dagkleuren van het dagritmebord uit groep 1/2. Dit bord hoort bij de methode Schatkist.                                     

  • Maandag    Geel
  • Dinsdag      Rood
  • Woensdag  Roze
  • Donderdag  Paars
  • Vrijdag        Blauw

Taakbrief; Op de Trime wordt er gewerkt met een dag- of weektaak. Dit is afhankelijk van wat een leerling aankan. De inhoud van de taakbrief is ook verschillend. Ook dit is afhankelijk van wat een leerling aan kan. Soms heeft een leerling aan een minimaal programma genoeg, een andere leerling heeft juist extra uitdagend werk nodig. Dit is allemaal terug te vinden op de taakbrief. De afspraak is wel dat het werk wat op de taakbrief gepland staat in principe aan het einde van de week klaar moet zijn. Op de taakbrief staat iedere week een reflectievraag,  daarnaast kiest iedere leerling iedere week een item voor het portfolio.

Uitgestelde aandacht; Op de Trime wordt er vanaf groep 1 gewerkt met het stoplicht als teken voor uitgestelde aandacht. In groep 1/2 is het stoplicht gekoppeld aan het planbord:

*rood: De kinderen mogen niet een andere activiteit kiezen

*oranje: hulprondes van de leerkracht. De kinderen mogen niet een andere activiteit kiezen

*groen: De kinderen mogen een andere activiteit kiezen. 

Vanaf groep 3 wordt er met de drie kleuren van het stoplicht gewerkt; *rood: De kinderen zijn zelfstandig aan het werk en juf is niet beschikbaar voor vragen.

*oranje: De leerkracht loopt hulprondes en de kinderen zijn zelfstandig aan het werk.

*groen: De leerkracht is beschikbaar en de leerlingen mogen de buren vragen voor hulp. Er mag overlegd worden.

De stoplichten zijn er voor de leerkracht. De leerlingen hebben allemaal een eigen blokje met hierop de rode en groene kleur en een vraagteken. Staat het blokje op rood, dan wil de leerling niet gestoord worden. Staat het blokje op groen, dan mag de leerling gestoord worden. 

Bekend zijn met de algemene schoolregels; De schoolregels hangen zichtbaar in ieder lokaal en hierbij is de belangrijkste regel de gouden regel. De regels worden up to date gemaakt en worden in de klassen besproken. Vervolgens worden ze weer zichtbaar in de hal en het lokaal opgehangen.

Weten waar ze het materiaal wat ze nodig hebben kunnen vinden; Kinderen hebben een eigen lade waarin ze hun spullen bewaren. Hierin bewaren ze ook hun werkboeken en schriften. Het overige materiaal ligt in open kasten in het lokaal. De kinderen mogen zelfstandig deze spullen pakken wanneer ze het nodig hebben. Vanaf groep 3 staat er in het lokaal een nakijktafel, met daarop de nakijkboekjes. De leerlingen kijken hun werk eerst zelf na en leggen het gemaakte werk vervolgens in de nakijkbak. Vervolgens tekenen ze het vak af op hun dag- of weektaak. 

Weten hoe ze met hun taak om moeten gaan; Vanaf groep 2 wordt er gewerkt met een dag of weektaak. Wanneer kinderen een weektaak niet goed kunnen overzien, krijgen ze een dagtaak. Op deze dag- of weektaak staat het verplichte werk, het keuzewerk en het eigen werk. Het verplichte werk wordt door alle leerlingen gemaakt. Hierin wordt gedifferentieerd naar tempo en naar niveau. Kinderen kunnen hierin een minimaal programma hebben of extra uitdagend materiaal.  Keuzewerk is werk wat de kinderen zelfstandig kunnen maken, wanneer ze klaar zijn met hun verplichte werk of wanneer ze even niet verder kunnen met het verplichte werk. Kinderen kunnen hierbij kiezen wat ze wel en niet willen leren. Eigen werk is voor iedere leerling anders. Hierbij krijgt de leerlingen de mogelijkheid om eigen leerdoelen te stellen ( Groeneveld et al, 2011) en deze in overleg met de leerkracht vormgeven.  

Weten waar ze hulp kunnen vinden/krijgen wanneer ze een taak niet begrijpen; Door hun blokje op vraagteken te zetten kunnen ze hulp krijgen van de leerkracht of van een medeleerling. Dit is afhankelijk van de kleur van het stoplicht op dat moment. Staat het stoplicht op groen dan zijn zowel de leerkracht als de medeleerling beschikbaar en bij de oranje kleur van het stoplicht is alleen de leerkracht beschikbaar tijdens de looprondes.  

Op wat voor geluidsniveau er gesproken mag worden;  Er wordt op de Trime gebruik gemaakt van zelfstandig stil werken, de liniaalstem en overleggen in groepjes. Tijdens instructies wordt er door de andere groep zelfstandig en stil gewerkt; het stoplicht staat dan op rood. Tijdens de oranje kleur van het stoplicht mag er met de liniaalstem gesproken worden, hierbij is het geluidsniveau zo dat je buurman het kan verstaan, maar de rest van de groep mag er geen last van hebben. Staat de groene kleur op het stoplicht aan, dan mag er in groepjes gesproken worden.    

Samenwerken

Het samenwerken en samen leren op De Trime is terug te vinden in het maatjessysteem. Hierbij worden de leerlingen uit een klas gekoppeld aan een medeleerling uit de klas. Dit wisselt om de paar weken, zodat kinderen leren om met iedereen samen te werken. Tijdens instructiemomenten wordt er gebruik gemaakt van coöperatieve werkvormen.

Instructie

Op De Trime wordt er instructie gegeven middels het IGDI model gecombineerd met coöperatieve werkvormen. Wie meedoet met de instructie wordt grotendeels door de leerkracht bepaald. Een aantal kinderen hebben de vrijheid om zelf deze keuze op bepaalde momenten te maken. De leerkracht bepaalt op basis van de toets- en observatiegegeven of een leerling wel of niet mee hoeft te doen met een instructie. De leerlingen hebben meer vrijheid in het wel of niet meedoen met de verlengde instructie. Hierbij wordt er ingespeeld op de verantwoordelijkheid van de kinderen dat ze zich de lesstof eigen moeten maken.     

Reflectie

Reflectie is een belangrijk onderdeel binnen ons Daltononderwijs. Kinderen leren reflecteren op hun weektaak, de inhoud va hun weektaak, de weekplanning, het gemaakte werk en de vervolgstappen die xe nemen. Dit gebeurt in overleg met de goepsleerkracht gedurende de hele werkweek. Daarnaast verzamelen alle leerlingen werk in hun eigen portfolio, waarbij ze kunnen aangeven waarom ze dit werkstuk willen bewaren.

Effectiviteit

Rapportage van de Daltonaspecten wordt tweemaal in het rapport gedaan. Hier worden de leerlingen beoordeeld op de pijlers zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid. Bij de drie pijlers zijn competenties bedacht waarop de leerlingen beoordeeld worden. In het komende schooljaar wordt het rapport opnieuw bekeken en worden rapport en portfolio verder in elkaar geschoven.